Tarief checken

Bron: ECB / De Nederlandsche Bank · 560 datapunten

Historische hypotheekrente Nederland — overzicht vanaf 2003

Maandgemiddelden voor Nederlandse nieuw afgesloten hypotheken per looptijdcategorie, gebaseerd op officiële ECB-MIR statistieken vanaf januari 2003 — de start van de doorlopende, uniforme reeks. Gebruik de knoppen om de tijdsperiode te selecteren.

2,00%3,00%4,00%5,00%6,00%jan 2003sep 2007mei 2012dec 2016aug 2021apr 2026
  • 5–10 jaar vast
  • Meer dan 10 jaar vast

Bron: ECB MIR / De Nederlandsche Bank · Laatst bijgewerkt: · Maandelijkse datapunten

Historische context: vier sleutelmomenten

2000–2003

Hoge rentes na dotcom-bubbel

De hypotheekrente bedroeg nog 5 à 6%. De ECB reageerde op de naschokken van de dotcom-crash met verlagingen, maar het neerwaartse pad was geleidelijk.

2008–2015

Financiële crisis en ECB-ingrijpen

Na de piek van 2008 (circa 5,1%) begon de rente structureel te dalen. De ECB lanceerde noodprogramma's en verlaagde de depositorente naar nul en later negatief terrein.

2020–2021

Historisch dieptepunt

De ECB-opkoopprogramma's (PEPP, APP) en de ultralage rente drukte de hypotheekrente in 2021 tot circa 1,2–1,5%. Nederland kende nog nooit zulke lage hypotheekkosten.

2022–heden

Rentestijging en normalisatie

Inflatie van 10%+ dwong de ECB tot een historisch snelle renteverhogingscyclus. De hypotheekrente verdubbelde in anderhalf jaar. Sindsdien een geleidelijke normalisatie.

Jaarcijfers en reële rente (5–10 jaar vast)

Binnen de doorlopende reeks vanaf 2003 bereikte de gemiddelde rente voor 5–10 jaar vast haar hoogste maandstand van 5,63% in oktober 2008 en haar laagste van 1,65% in september 2021. De reële rente is de nominale rente minus de inflatie (HICP) van dat jaar. Ze laat zien wat een hypotheek u na correctie voor geldontwaarding werkelijk kost: in 2021–2022 was die reële rente tijdelijk negatief, omdat de inflatie hoger was dan de hypotheekrente.

Gemiddelde, laagste en hoogste maandstand per jaar — 5–10 jaar vast (ECB/DNB). Reële rente = nominaal − inflatie (HICP).
JaarGemiddeldLaagstHoogstReële rente
20263,54%3,47%3,63%
20253,44%2,98%3,59%0,45%
20243,85%3,70%4,01%0,63%
20233,78%3,46%4,08%-0,43%
20222,40%1,67%3,38%-9,20%
20211,69%1,65%1,79%-1,13%
20201,88%1,84%1,98%0,77%
20192,28%2,00%2,44%-0,39%
20182,41%2,38%2,46%0,81%
20172,41%2,35%2,44%1,12%
20162,58%2,38%2,79%2,47%
20152,91%2,76%3,13%2,70%
20143,35%3,11%3,59%3,03%
20133,79%3,61%4,06%1,22%
20124,29%4,07%4,53%1,46%
20114,56%4,33%4,71%2,08%
20104,52%4,28%4,85%3,59%
20094,96%4,85%5,27%3,98%
20085,36%5,12%5,63%3,15%
20074,97%4,65%5,23%3,38%
20064,34%3,87%4,61%2,69%
20053,79%3,68%3,91%2,30%
20044,29%3,92%4,52%2,91%
20034,47%4,22%4,84%2,23%

Bekijk de hypotheekrente per jaar

Een eigen pagina met de cijfers en context per jaar:

Of bekijk de langere overzichten: afgelopen 10 jaar, gemiddelde afgelopen 30 jaar en 50 jaar perspectief.

Veelgestelde vragen

Wanneer was de hypotheekrente het hoogst?
Binnen de continue ECB-MIR-reeks (vanaf 2003) bereikte de rente voor 5-10 jaar vast haar piek rond 2008, met circa 5,5%. Daarna brak een meerjarige daaltrend door. In de jaren tachtig lagen de rentes zelfs boven de 10%, maar dat valt buiten onze dataperiode.
Wanneer was de hypotheekrente het laagst?
Het historische dieptepunt lag rond 2020-2021. De rente voor 5-10 jaar vast daalde toen tot circa 1,5%. Die extreem lage rentes waren het gevolg van het ECB-opkoopbeleid na de financiële crisis.
Hoe groot was de rentestijging van 2022?
De rente steeg van circa 1,5% begin 2022 naar ruim 4% eind 2023 — een stijging van bijna 3 procentpunt in anderhalf jaar. Dat was de snelste rentestijging in drie decennia.
Zijn de historische rentes gecorrigeerd voor inflatie?
Nee, de grafiek toont nominale rentes. De reële rente (nominaal minus inflatie) geeft een ander beeld. In 2021-2022 was de reële hypotheekrente tijdelijk negatief, doordat inflatie hoger was dan de hypotheekrente.
Waarom begint de grafiek in 2003 en niet eerder?
De ECB MIR-statistieken (Monetary Financial Institutions Interest Rates) zijn pas vanaf januari 2003 op uniforme wijze gepubliceerd voor de Nederlandse markt. Eerdere DNB-reeksen gebruikten een andere methodologie en zijn niet 1-op-1 vergelijkbaar; daarom tonen we hier alleen de doorlopende reeks vanaf 2003.

Let op: Indicatieve tarieven, niet bindend. Werkelijke rente afhankelijk van persoonlijke situatie.